Zandspeltherapie

In onze praktijk wordt Zandspeltherapie gegeven door Wouter Bleijenberg en Gerry Bleijenberg-Derks. Op deze pagina vindt u uitgebreide achtergrondinformatie bij deze vorm van therapie.

In Nederland is de Zandspeltherapie (wereldwijd reeds door duizenden therapeuten toegepast) binnen de psychotherapie betrekkelijk nieuw. De huidige vorm is in de zestiger jaren ontwikkeld door de Jungiaanse analytica Dora Kalff en heeft raakvlakken met de World Technique van Margaret Lowenfeld. Lowenfeld gebruikte het zandspel vooral diagnostisch, terwijl Dora Kalff het meer als een methode zag om een innerlijk veranderingsproces te stimuleren, waarbij zelfhelende krachten binnen de psyche worden geactiveerd. Het stimuleert op deze wijze het individuatieproces.


Inzicht in het innerlijke
Veel Zandspeltherapeuten hebben de ervaring dat het werken in het zand inzicht geeft in wat zich innerlijk afspeelt. Het is alsof de psyche, vooruitlopend op de uiterlijke realiteit, al een innerlijke verandering aanzet en daarmee sturing geeft aan genezingsprocessen. Doordat het verstandelijke en verbale aspect in de Zandspeltherapie minder op de voorgrond staat, worden andere kanten van de persoonlijkheid zichtbaar. De methode integreert bovendien deze aspecten.

Cliënten met psychische klachten of persoonlijkheidsproblemen, die zeer rationeel zijn ingesteld of geremd zijn in het uiten van hun gevoelens, hebben door deze methode ook baat bij psychotherapie. Binnen de praktijk pasen Wouter Bleijenberg en Gerry Bleijenberg-Derks deze methode al jarenlang toe. 

Hulpmiddelen en werkwijze
De instructie voor de cliënt is meestal summier en gericht op een uitnodiging om te zien wat er vanzelf ontstaat als de handen in de zandbak gaan bewegen, hun eigen weg gaan en vormen laten ontstaan.
Er zijn meestal twee gelijke bakken: in de ene is het zand vochtiger en kan naar believen water worden gebruikt, in de andere bak is het zand volledig droog. De cliënt kan kiezen welke bak hij of zij wil gebruiken.
De maten van de zandbak zijn sinds een tiental jaren door de ISST vastgesteld op 54 cm x 70 cm en 7 cm diep; dit zijn de binnenmaten. Door deze maat is voor een zittend persoon de gehele bak in één oogopslag overzienbaar, hetgeen de belangrijkste reden voor deze maatkeuze.

Naast de zandbakken heeft elke therapeut in kasten of op open schappen een zeer uitgebreid assortiment figuurtjes uitgestald. Men vraagt aan cliënten om te zien welke figuren opvallen of iets innerlijks raken of aanspreken, hetzij positief of negatief, en die een plaats in het zand te geven.
De collectie miniaturen is bij elke zandspeltherapeut anders, waarbij echter algemeen gestreefd wordt naar een zo groot mogelijke verscheidenheid aan soorten figuurtjes en materialen.

De collectie
Meestal bestaat een collectie uit: menselijke figuren uit verschillende tijden en culturen en beroepen; dieren, ook prehistorische; bomen, planten, mineralen, schelpen, bloemen, stenen; huizen, hutten, tenten; religieuze voorwerpen en figuren; vervoermiddelen; gebruiksvoorwerpen; allerlei symbolen; vuurplaatsen; waterputten; poorten, kastelen, ruïnes, bruggen etc. Met name dienen ook negatieve figuren en zwarte aspecten aanwezig te zijn en de mogelijkheid tot het kiezen uit cultuurvreemde voorwerpen, zoals een totempaal, maskers, andere huidskleuren bij mensen, enzovoort.
De cliënt kiest zijn figuurtjes vaak voor de vuist weg en al snel zal voelbaar worden of er een binding ontstaat met wat wordt gekozen. Soms is het moeilijker om keuzes te maken. Bij kinderen gaat dit vanzelf. Als die de kamer binnen komen en de bak en figuurtjes zien, beginnen ze meestal onmiddellijk te roeren in het zand of figuurtjes te pakken. Vaak hardop vertellend wat ze ervan vinden. Als kinderen veel stimulans nodig hebben is er vrijwel zeker sprake van remmingen, diepe angsten of onzekerheden en is het noodzakelijk ruimschoots de tijd te nemen om te laten wennen. Bij volwassenen zijn deze remmingen vaker zichtbaar.


Achtergrondinformatie
Ontstaan
Het ontstaan van zandspeltherapie is op een werkelijk speelse manier begonnen. Herbert Wells, een Engels schrijver (1866 tot 1946), schreef in 1911 het boekje Floor Games (vloerspelletjes), dat hij later in zijn autobiografie niet eens vermeldde. In Floor Games schrijft hij over de plezierige en spontane spelletjes met zijn twee jonge zoons. Tijdens deze spelletjes bood hij allerlei miniatuurfiguurtjes en ander spelmateriaal aan. Het verwonderde hem met hoeveel verbeeldingskracht en speels contact dit gepaard ging. Wells beschrijft hoe hij zo gegrepen werd door het spel met kinderen en figuurtjes dat hij zijn huis vaak dagenlang veranderde in een fantasielandschap en toevallige bezoekers uitnodigde mee te spelen en op te gaan in hun verbeeldingskracht.
In 1923 woonde Wells een lezing bij van Carl Gustav Jung, die op dat moment Engeland bezocht. Hij had een onderhoudend gesprek met Jung, waarin hij het idee van het collectieve onbewuste herkende in eigen opvattingen die hij zelf omschreef als ‘the immortal soul of the race‘, die individuele levens richting geeft.

Verdere ontwikkeling
Waarschijnlijk zou het besef van het bestaan van zijn boekje allang verloren zijn gegaan, als niet Margaret Lowenfeld (1890-1973) zich in 1928 herinnerde dat ze het boekje van Wells in haar jeugd had gelezen. Na een medische opleiding was ze als pionier gestart met een Clinic for Nervous and Difficult Children in Londen. Het opnieuw lezen van het boekje inspireerde haar om de beschrijvingen van Wells toe te passen in haar werk. Veel collegae waren verrast over de bevindingen van Lowenfeld en op deze wijze groeide tot aan de Tweede Wereldoorlog, met name in Engeland, de Lowenfeld School for World Technique.
Na de oorlog reisde Lowenfeld naar de Verenigde Staten en in 1954 naar Zurich. Tijdens een voordracht aldaar was ook Dora Kalff aanwezig die diep onder de indruk raakte. Ze besprak dit met Jung, die haar aanmoedigde enige tijd naar Engeland te gaan om met Lowenfeld te werken.

Dora Kalff
Dora Kalff was in 1934 gehuwd met de Amsterdamse zakenman Leopold Kalff. In 1939 werd hun eerste kind geboren en tijdens de oorlog vluchtte ze naar Zwitserland, terwijl haar man in Nederland achterbleef. Ze keerde nimmer terug naar haar man en scheidde in 1949 van hem.
Kalff was vanaf 1950 bij Emma Jung – C.G. Jung’s vrouw – in analyse en bezig met haar opleiding aan het Jung Instituut in Zürich.
In 1956 verbleef Dora Kalff in Londen en leerde veel bij Lowenfeld. Ook had ze veelvuldig contact met Michael Fordham en Winnicott. In deze periode kwam Kalff tot de ontdekking dat ze haar Jungiaanse inzichten, met name ook die van Erich Neumann, kon verbinden met wat ze Sandplay ging noemen. Ze herkende in Sandplay een techniek die het mogelijk maakt om uitdrukking te geven aan zowel persoonlijke als aan archetypische psychologische processen in de mens.
Ze zag ook hoe belangrijk het is dat het zandspel zowel bescherming biedt en begrensd is, als tegelijkertijd voldoende vrijheid biedt voor uitbeelding. Binnen de grenzen van de zandbak ontstaat, zonder sturing van de therapeut, een ‘free and protected space’ waarin de verbeeldingskracht vrij kan werken.
Dora Kalff schrijft hierover:

“This is possible within the psychotherapeutic relationship because it corresponds to the natural tendency of the psyche to constellate itself at the moment when a free and protected space is created.”

Aanvankelijk werkte Kalff uitsluitend met kinderen, later ook steeds meer met volwassenen. De zelfhelende krachten die door middel van het zandspel geactiveerd worden, bevorderen de heelheid van de totale persoonlijkheid.
In de zeventiger en tachtiger jaren bezocht ze veelvuldig de Verenigde Staten, waar, evenals in Europa, de belangstelling voor haar methode snel toenam.
Rond 1985 werd de ISST opgericht, de International Society for Sandplay Therapy opgericht. Opmerkelijk is dat vele honderden zandspeltherapeuten in Japan werken en persoonlijk geïnspireerd of opgeleid werden door Dora Kalff.
In de laatste 5 jaren van haar leven vormde zij een groep Founding Members om zich heen, die nog steeds leiding geven aan deze organisatie en de opleidingen autoriseren. Onder hen bevindt zich haar zoon Martin, die tegenwoordig in haar huis woont en werkt.
In 1990 stierf Dora Kalff in haar woonplaats Zollikon.

Zandspeltherapie nu
In de ontwikkeling van Sandplay is van lieverlee de invloed van Lowenfeld verminderd en die van Kalff versterkt. Momenteel kan Sandplay worden beschouwd als een werkwijze die gebaseerd is op het Jungiaanse gedachtegoed.
Zoals ook in de amplificatie van droominhouden, dient naast de associaties van de persoon in kwestie, aandacht te worden geschonken aan de collectieve betekenissen van symbolen en personificaties. Vandaar dat in de opleiding tot zandspeltherapeut grote aandacht wordt besteed aan het leren verstaan van symbolen, mythen en de wezenskenmerken van bijvoorbeeld bepaalde dieren, rituelen en culturele gewoonten.


Internet Links
Indien u meer wilt weten over zandspeltherapie kunt u diverse Internetsites bezoeken:

  • Sandplay Therapists of America / International Society for Sandplay Therapy (ISST)
  • Israeli Sandplay Therapists Association (ISTA)
  • Nederlandse Vereniging voor Sandplay Therapie (NVST)

Literatuur
Wat literatuur betreft zijn er enkele studieboeken van Jungiaanse analytici:

  • R. Amman (1991) Healing and Transformation in Sandplay (Chicago, Open Court Press)
  • D. Kalff (1986) Sandplay – a psychotherapeutic approach to the psyche (Boston, Sigo Press)
  • J.C. Ryce Menuhin (1992) Jungian Sandplay – the wonderful therapy (London, Routledge)

Introductieworkshop Sandplay therapie
Voor geïnteresseerde psychologen, psychotherapeuten, psychiaters en geregistreerde creatieve therapeuten is een workshop mogelijk. Deze wordt gegeven door Drs. Wouter Bleijenberg, Klinisch Psycholoog/Psychotherapeut en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Sandplay therapie. Informeer bij het secretariaat van de praktijk naar mogelijkheden voor workshops.

Inhoud workshop:

  1. Ontstaan en ontwikkeling van Sandplay therapie volgens Dora Kalff
  2. Theoretische verbinding met Jungiaans Analytische Psychologie
  3. Diapresentatie van de praktische toepassingen, stadia in processen, Sandplaycollectie en voorbeelden
  4. Praktische uitwisseling van eigen symbolen en maken van een groepsfiguratie
  5. Discussie en uitwisseling betreffende de inleidingen en praktische zaken, zoals opleidingsvereisten, intervisie, lidmaatschappen NVST